Skip to main content
Laser in de mondzorg: doeltreffend en pijnloos
Sleep, Health & Society
VUB wil tandartsentekort oplossen met nieuwe opleiding
“Tandheelkunde is een van de hoogste CO2-verbruikende sectoren ter wereld.”
VUB/UTC-tandarts dr. Mohammed Ahmed wint prestigieuze FDI Sustainability Award
"Een CPAP-toestel is niet de enige mogelijke oplossing voor slaapapneu”
VUB opent nieuw fantoomlab
20 januari 2026


Laser in de mondzorg:
doeltreffend en pijnloos

 

Beatrijs Deruyter met laser voor mondzorg

 

 

 

 

 

 

 

© Frank De Graeve

Al 35 jaar bestaat er voor de behandeling voor tandvleesproblemen een alternatief voor de klassieke methodes: lasertechnologie. Maar die wordt in België nauwelijks toegepast en daar   zijn vooral economische redenen voor. Via een symposium dat de VUB en het Universitair Tandheelkundig Centrum (UTC) op 12 februari organiseren wil tandarts-specialist Beatrijs   Deruyter, die enorm veel ervaring heeft met deze technologie, daar verandering in brengen.

In tandartsenkringen zijn slechts weinigen vertrouwd met lasertechnologie. Waar wordt dat toestel eigenlijk voor gebruikt? 
Beatrijs Deruyter: “De technologie is uitermate geschikt voor de sanering van de mond in geval van paradontale problemen. Een gezonde mond steunt op een natuurlijk evenwicht tussen de micro-organismen (zoals bacteriën, virussen en schimmels) die in de mond leven en het afweersysteem van je lichaam. Normaal beschermt de huid en het mondslijmvlies je tegen schadelijke indringers, maar rond de tanden is die beschermlaag onderbroken. In die zone kunnen ongewenste micro-organismen binnendringen en een ontsteking veroorzaken. Als het afweersysteem die belasting niet meer aankan, ontstaat er een ernstige tandvleesaandoening waarbij zacht weefsel, de vezels die de tand op zijn plaats houden, en zelfs kaakbot verloren kunnen gaan.”  

Hoe worden paradontale problemen in de meeste praktijken aangepakt?  
“De klassieke behandelingen zijn scaling en rootplaning, waarbij tandsteen en aangetast weefsel mechanisch met een ultrasoon apparaat en curettes (scherpe schraapinstrumentjes worden weggehaald. Maar die curettes zijn vaak erg ingrijpend, pijnlijk en kunnen schade veroorzaken. Je verwijdert namelijk niet alleen ziek weefsel, maar ook gezond materiaal dat nog kan herstellen. Bovendien sluiten ze de kleine kanaaltjes in het worteloppervlak niet af, wat nieuwe problemen kan veroorzaken.” 

“Tandvleesontstekingen worden doorgaans veroorzaakt door bacteriën die je vaak ook terugvindt in de hersenen van Alzheimerpatiënten"

Over welke bijkomende problemen hebben we het dan? 
“Tandvleesontstekingen worden doorgaans veroorzaakt door een besmetting met bepaalde bacteriën, met de porphyromonas gingivalis als grootste boosdoener. Die bacterie komt vaak voor in symbiose met bepaalde virussen, zoals het Epstein-Barr-virus en de andere herpesvirussen. Je vindt deze bacteriën ook vaak terug in de hersenen van Alzheimerpatiënten. Je kunt die bacterie eventueel met antibiotica bestrijden, maar dat helpt uiteraard niet tegen virussen. Met warmte – en dus met de laser – kun je daar wel iets aan doen. Bovendien sluit je daarmee ook de reservoirs af waarin bacteriën of virussen zich kunnen nestelen. Dat zijn minuscule openingen – zo’n 30.000 tot 60.000 per vierkante millimeter – in het dentine, dus het tandweefsel dat niet beschermd wordt door glazuur of cement.”  

Hoe werkt zo’n laser precies? Vuur je dan lichtstralen af op het tandvlees of zo?  
“Neen hoor, helemaal niet. Deze techniek maakt gebruik van energiepulsen die heel precies werken.

Daarmee worden niet alleen de bacteriën en virussen uitgeschakeld en de open kanaaltjes in het tandoppervlak afgesloten,

maar tegelijk wordt het weefsel ook grondig gereinigd en worden natuurlijke herstelprocessen gestimuleerd – zonder dat er hitte- of brandschade ontstaat.” 

“De laser heeft overigens nog wel meer voordelen. De behandeling is namelijk volledig pijnloos, waardoor de volledige mond in één keer kan worden aangepakt, terwijl dat bij het gebruik van curettes doorgaans beperkt is tot één kwadrant per sessie. Het nadeel van die werkwijze is dat de bacteriën en virussen van het niet-behandelde deel alsnog het behandelde deel opnieuw kunnen besmetten. Zowel ervaringen uit de praktijk als onderzoek tonen aan dat de resultaten op lange termijn beter zijn als de hele mond in één keer wordt gereinigd, zeker in combinatie met lasertherapie. Verder is het aangeraden, zowel voor de algemene gezondheid als ter voorbereiding van het plaatsen van implantaten, de mond preventief te saneren. Daarmee kunnen we veel problemen voorkomen. De laser is dus een meerwaarde en aanvulling voor de parodontologie.”

Laser voor mondzorg 

 

 

 

 

 

 

© Frank De Graeve

Dat klinkt allemaal heel aantrekkelijk, dus je zou denken dat elke tandarts zo’n toestel in zijn of haar praktijk heeft staan. Is dat zo? 
“Helaas niet. Ik pas deze methode intussen al zo’n 35 jaar toe en in het UTC van de VUB, op de campus in Jette, staat er sinds oktober 2025 zo’n toestel. Daarnaast vind je er ook aan de universiteit van Gent en Leuven en nog een handvol andere privépraktijken. Maar dat is het zowat in België.” 

"Er zijn dus wel degelijk medische redenen om erin te investeren, maar geen economische"

Hoe komt het dat er zo weinig animo is voor een technologie die zo doeltreffend is en waar de patiënt zoveel beter mee kan worden geholpen?
“Het is natuurlijk een grote investering, bovenop het andere materiaal dat je als tandarts al nodig hebt. De prijs van zo’n toestel is te vergelijken met een mooie wagen, dus dat kan tellen. Maar zeker in een groepspraktijk moet dat haalbaar zijn.” 

Maar betaalt zo’n investering zichzelf niet snel terug? Tandartsen die deze behandeling aanbieden en daar op een verstandige manier over communiceren zouden daarmee toch heel wat extra patiënten naar hun praktijk kunnen krijgen? 
“Dat is nu net het probleem: bij de meeste tandartsen is het allesbehalve de bedoeling om nog meer patiënten te lokken. Momenteel zijn er in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest samen circa 5.000 tandartsen, waarvan meer dan de helft ouder is dan 60 jaar. Er is nu dus al een aanzienlijk tekort aan tandartsen en dat zal alleen nog maar vergroten. Het gevolg is dat er bij heel wat praktijken een patiëntenstop geldt. Waarom zou je dan veel geld uitgeven aan zo’n toestel? Maar er zijn dus wel degelijk medische redenen om erin te investeren, want het is een veilige, pijnloze en efficiënte behandeling. En daar gaat het toch om in de zorgsector, niet?” 

Als dat toestel zo duur is, zal de behandeling vast ook niet goedkoop zijn. 
“Ik hanteer de prijs die het RIZIV voorstelt voor de zogenoemde subgingivale reiniging. Dat is 100 euro per kwadrant, dus maximaal 400 euro voor de hele mond. Wie jonger is dan 65 en geregeld op controle komt voor paradontale problemen, kan daar om de drie jaar 360 euro van terugkrijgen. Hoe vaak je moet terugkeren, hangt van patiënt tot patiënt af, maar voor de meesten is dit zeker niet duurder dan een klassieke behandeling – integendeel.”  

Bio 

Beatrijs Deruyter

 

 

 

 


© Frank De Graeve

Tandarts Beatrijs Deruyter is afgestudeerd als tandarts aan de VUB in 1980. Daarna haalde ze een master in Lasertandheelkunde aan de universiteit van Wenen een bijkomende master aan de Academie voor     Lasertandheelkunde in de VS en een Master in Science in Lasertandheelkunde aan de universiteit van Genua. Van 2013 tot 2018 was ze verbonden aan de dienst Parodontologie van de KULeuven, waar ze gelijktijdig aan een   doctoraat werkte in biomedische wetenschappen rond het onderwerp lasers in parodontologie. Hoewel officieel met pensioen sinds 2021, is ze nog altijd actief in haar privépraktijk in Liedekerke en sinds het academiejaar 2024-     2025 is ze ook verbonden aan het UTC van de VUB, waar ze niet alleen patiënten behandelt met de laser, maar ook studenten in de tweede master Tandheelkunde van Ugent begeleidt.

 

 

 

 

Dr. Beatrijs Deruyter picture
Dr. Beatrijs Deruyter
9 januari 2026


Sleep, Health & Society

Sleep, Health & Society bouwt aan een onafhankelijk centrum dat wetenschap, praktijk en samenleving samenbrengt rond slaapgezondheid. Onze ambitie: gezondheid en welzijn voor iedereen, met slaap als fundament voor preventie, prestaties en mentaal welbevinden.

Vrouw met oogmasker ligt in bedWorld pictogram

 

Waarom slaapgezondheid?

Slaap is geen luxe; het is een basis voor fysieke én mentale gezondheid, én een onderschatte sleutel tot productiviteit, veiligheid en innovatie. Wereldwijd kampen honderden miljoenen mensen met slaapstoornissen; in België naar schatting >1,5 miljoen met chronische klachten. Tot 80% blijft ongediagnosticeerd en onbehandeld. Dat willen wij mee veranderen. 

Wat staat er op het spel?

•    Verhoogde zorgkosten (o.a. diabetes, hart- en vaatziekten, depressie)
•    Productiviteitsverlies en ziekteverzuim
•    Ongevallen en veiligheidsrisico’s
•    Verminderde levenskwaliteit 

Koppel slaapt naast elkaar met kussen

Onze missie

We ontwikkelen en verbinden evidence-based kennis, praktische tools en netwerken om slaapgezondheid breed te verbeteren — zodat inzichten sneller doorstromen naar onderwijs, werk, zorg en beleid.

Wat we doen

1) Onderzoek & innovatie – we ondersteunen onderzoek en vertalen inzichten naar toepasbare oplossingen. 
2) Toegankelijke screening & tools – we ontwikkelen breed inzetbare instrumenten voor preventie en screening. 
3) Opleiding & kennisdeling – lezingen, kennisavonden en materialen voor zorg, onderwijs, werk en beleid. 
4) Netwerk & beleid – we verbinden experten en versterken de maatschappelijke impact met digitale toepassingen en meetbare indicatoren.


Voor wie

•    Burgers & gezinnen – begrijp je slaap en verbeter je welzijn
•    Zorgprofessionals – praktische tools en trainingen
•    Werkgevers – preventie, veiligheid en productiviteit
•    Scholen & onderwijs – beter leren via betere slaap
•    Beleidsmakers – inzichten en impactmetingen
 

Impact die we nastreven

•    Vroegtijdige herkenning van slaapproblemen
•    Meetbare verbeteringen in welzijn op school en werk
•    Minder uitval en ongevallen door betere slaap
•    Sterkere netwerken tussen wetenschap, zorg en praktijk
(Opvolging via periodieke impactrapportage) 
 

Word partner of steun ons

Samen versnellen we innovatie en maatschappelijke impact. Partners krijgen:

1) Zichtbaarheid & profilering
 Naamsvermelding en logo (website, publicaties, rapporten), co-branding in campagnes, vermelding op events. 

2) Waarde voor je merk
 Koppeling aan een vooruitstrevend, maatschappelijk relevant thema en de VUB; versterking van maatschappelijke positionering en employer branding. 

3) Netwerk & toegang tot expertise
 Uitnodigingen voor lezingen, netwerkmomenten en ontmoetingen met onderzoekers en beleidsmakers (nationaal & internationaal). 

4) Productintegratie & interactie
 Integratie van relevante producten/diensten in de interactieve slaaptest met gepersonaliseerde aanbevelingen voor bezoekers. 

Schenk online of via een overschrijving op het rekeningnummer BE51 0013 6779 3562 van de VUB met vermelding GIFTPR24. Giften vanaf € 40 zijn fiscaal aftrekbaar.

 

Team leden

Prof. dr. Miche De Meyer

Prof. dr. Miche De Meyer, afgestudeerd aan de Universiteit Gent. Ze is tandheelkundig expert in slaapgeneeskunde, gepassioneerd onderzoeker, netwerker (verbonden aan de universiteiten van Gent, Nijmegen, Sheffield, Portugal), docent en clinicus (AZ Jan Palfijn, Gent) en door de overheid aangewezen contactpersoon voor de OSAS-conventie in België. 

Miche De Meyer

 

Prof. dr. Johan Bilsen

Johan Bilsen heeft een lange carrière in sociaalwetenschappelijk onderzoek (zowel kwantitatief-epidemiologisch als kwalitatief) op het gebied van volksgezondheid en algemeen welzijn. Zijn onderzoek bevindt zich in verschillende subdomeinen, waaronder bijvoorbeeld fundamenteel etiologisch onderzoek, onderzoek naar risicofactoren, maar ook onderzoek naar gezondheidszorg en beleid met betrekking tot geestelijke gezondheid en algemeen welzijn.

Johan Bilsen

 

Prof. dr. Olivier Mairesse

Zijn onderzoek richtte zich voornamelijk op cognitieve informatieintegratie en psychometrie in het domein van slaaponderzoek. In 2004 werd hij bekroond met de Young Scientist’s Award van de European Sleep Research Society voor zijn onderzoek naar psychomotorische prestaties en executive functioning in slaapapneu. In 2009 won hij de André Kahn Sleep Award van de Belgische Vereniging voor Slaaponderzoek en Slaapgeneeskunde voor zijn werk rond cognitieve algebraïsche integratie in slaperigheidsbeoordelingen.

Prof. dr. Olivier Mairesse

 
 
Miche De Meyer picture
Miche De Meyer
14 februari 2025

Universitair Tandheelkundig Centrum organiseert allereerste Innovatiedag

VUB wil tandartsentekort oplossen met nieuwe opleiding

tandarts

 

     

Voor de eerste keer organiseert het Universitair Tandheelkundig Centrum (UTC) van de VUB een dagsymposium voor tandartsen, in het kader van de geaccrediteerde bijscholingen. De focus ligt op innovatie, zowel in de aanpak als in de thema’s die aan bod komen. Dat blijkt een succesformule, want het event is nagenoeg volzet. Daarnaast hoopt de VUB een nieuwe geaccrediteerde bacheloropleiding in de tandheelkunde te kunnen inrichten. Zo wil ze een oplossing bieden voor het structurele tekort aan algemeen tandartsen in Vlaanderen. De VUB zet met volle goesting de tanden in deze zaak, nadat zo’n twintig jaar geleden de opleiding tandheelkunde aan de VUB werd stopgezet.

(Verder) studeren in de gezondheidswetenschappen? Ontdek onze opleidingen! 

Op 27 februari organiseert het Universitair Tandheelkundig Centrum zijn eerste Symposium UTC-VUB Innovatiedag. Professor Dr. Dent. Johan Aps, coördinator van de opleiding tandheelkunde, hoopte stilletjes op honderd inschrijvingen. Een dikke week voor de deadline staat de teller op honderdtwintig. Vanwaar het succes? Johan Aps: “We kozen voor een nieuwe aanpak en blijkbaar slaat die aan. De overheid verwacht van de tandartsen dat ze zich permanent bijscholen. Wie jaarlijks honderd bijscholingspunten verzamelt door opleidingen te volgen, krijgt een tegemoetkoming van het RIZIV. Een klassieke vormingsdag bestaat uit vier opleidingen, goed voor veertig bijscholingspunten. Wij gaan voor vijf opleidingen op een dag. Tandartsen die ons symposium bijwonen, hebben zo in het begin van het jaar al de helft van hun punten te pakken. Na de zomer plannen we nog voldoende extra opleidingen, zodat ze zonder deadlinestress hun honderd punten kunnen halen.”

Dat wordt een lange dag, op 27 februari?

“Het symposium start om 9u en we zijn klaar rondom 22u, dus ruim het klokje rond, inderdaad. Zeven boeiende sprekers verzorgen vijf voordrachten. Tussen de lezingen door kun je telkens op adem komen en genieten van een hapje, een drankje en een babbel met de collega’s.”

Is het programma inhoudelijk even vernieuwend?

“Ook daar gaan we resoluut voor innovatie, met vijf actuele thema’s die veel stof tot nadenken zullen bieden. Dr. Dent. Mohammed Ahmed komt bijvoorbeeld tips geven voor een ecologische workflow in de tandartspraktijk. Tandartsen produceren elk jaar tonnen plastic afval. Omdat het om geïnfecteerd materiaal gaat, mag je het in principe niet met het restafval of het PMD-afval meegeven. En apart laten ophalen is duur. Mohammed Ahmed zal alternatieven voorstellen.”

Prof. Dr. Karlien Asscherickx heeft in haar lezing bedenkingen over extracties bij een orthodontische behandeling.

“Extractie is geen ideale medische praktijk, want je haalt gezonde tanden weg. Frappant: afhankelijk van waar ze opgeleid zijn, maken orthodontisten daarbij verschillende keuzes. Je herkent de ‘handtekening’ van hun alma mater in het gebit van hun patiënten. Karlien Asscherickx zal het hebben over mogelijke alternatieven voor extracties.”

Klinkt ook actueel: een lezing over 3D-printen in de tandartsenpraktijk.

“Tandarts Wouter Reybrouck en tandtechnicus Bob Elst hebben geen academische banden, maar zijn wel autoriteiten op het vlak van 3D-printen. Wouter heeft in zijn praktijk  alle nodige apparatuur staan om kronen, vullingen en andere tandprothesen te printen. Zo kan hij zijn patiënten op één en dezelfde dag helpen. ’s Morgens doet hij het voorbereidende werk, een paar uur later volgt het prothetisch herstel. De nauwkeurigheid en de kwaliteit van de materialen is zeer goed, ook al komt er geen tandtechnisch labo aan te pas. Zonder die tussenstappen wordt een behandeling ook minder duur.”
 

"Er is een prangend tekort aan tandartsen. De VUB wil haar maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen”

Johan Aps

Prof. Dr. Dent. Johan Aps

U wilde op de Symposium Innovatiedag eigenlijk ook een belangrijke aankondiging doen.

“De VUB heeft in 2024 bij de Vlaamse overheid een aanvraag ingediend om opnieuw een opleiding tandheelkunde aan te bieden. We zijn een jaar geleden uit de startblokken geschoten met de voorbereidingen. Ons curriculum Bachelor in de Tandheelkunde is inmiddels al geaccrediteerd, en de nieuwe opleiding is ook al opgenomen in het Vlaams regeringsakkoord. Alle administratieve geplogenheden zijn volbracht. We wachten nu op de financiële ondersteuning van minister van Onderwijs Zuhal Demir. Hopelijk komt die er snel.”

Twintig jaar geleden werd de opleiding tandheelkunde aan de VUB opgedoekt. Waarom is er een heropstart nodig?

“Er is een prangend tekort aan tandartsen, vooral aan algemene tandartsen. In de jaren tachtig waren er nog te veel, maar de laatste veertig jaar is het aantal studenten stelselmatig achteruitgegaan, is de demografische samenstelling van die studentenpopulatie veranderd en is er ook veel gewijzigd in het organisatiemodel van het tandartsberoep. En nu zijn we in de problemen gekomen, zoals iedere patiënt die op zoek is naar een tandarts al aan den lijve heeft ondervonden.” 

Wat betekent dit in cijfers?

“Tegen 2030 zal de helft van de algemeen tandartsen in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk gewest ouder dan zestig jaar zijn. Dat zijn ongeveer 2800 tandartsen die reeds gestopt zijn of dat binnenkort gaan doen. De laatste vijftien jaar leveren de UGent en de KU Leuven samen jaarlijks afgerond een 100-tal tandartsen af. Als die trend niet verandert, komen er tegen 2030 dus minder dan 1000 tandartsen bij."

Onvoldoende om die 2800 pensioengerechtigde collega’s te vervangen? 

“Dat klopt. En veel tandartsen zitten nu al met wachtlijsten of een patiëntenstop. Vandaar ons initiatief om in Brussel opnieuw een opleiding tandheelkunde aan te bieden. We kunnen hier een kliniek en een modern, volledig up-to-date gebracht opleidingscentrum heropbouwen, waar we, binnen de nog aanwezige infrastructuur, studenten kunnen opleiden.”

Zal dat volstaan, in combinatie met de opleidingen in Gent en Leuven?

“Je weet dat studenten een toelatingsproef moeten afleggen om te mogen starten. De regering heeft het startquotum opgetrokken, eerst van 181 naar 218, en voor het volgend academiejaar naar 252. Dat wil zeggen dat er straks 252 studenten aan de opleiding mogen beginnen. Voor elk van die studenten is er een fysieke opleidingsplek en voldoende personeel nodig, want dit is tenslotte een medisch-technische opleiding: elke student moet kunnen oefenen op een preklinische behandelunit. De overheid zal dus moeten nagaan hoeveel plaatsen er echt beschikbaar zijn per opleidingscentrum. Om het structureel probleem van het tekort aan algemeen tandartsen adequaat aan te pakken, moeten studenten opgeleid kunnen worden aan de VUB. UGent en KU Leuven zitten aan hun limieten. De VUB wil haar maatschappelijke verantwoordelijkheid in deze echt wel opnemen.”

"We pakken het curriculum net iets anders aan. Daar kregen we een pluim voor”

 

Zal dat startquotum van 252 studenten wel vol raken?

“Ook daar schort er nog wat aan. Van de 1500 jongeren die deelnemen aan het toegangsexamen tandheelkunde, slagen er iets meer dan 300. Maar daarvan hebben er zich vorig jaar maar pakweg 150 ingeschreven, terwijl er theoretisch 218 plaatsen beschikbaar waren. We weten niet wie afhaakt en waarom. Dat zou men toch echt eens moeten uitzoeken. Nog een manco is dat enkel de 218 beste geklasseerde deelnemers van het toegangsexamen het bericht krijgen dat ze mogen inschrijven. Doen ze dat niet, dan worden die plaatsen niet ingevuld door de lager geklasseerde deelnemers. Die worden niet meer aangeschreven, ook al zijn ze geslaagd. Dat zou men beter wel doen, vind ik. Het inrichten van de toelatingsproef is tenslotte een dure onderneming.”

De geneeskundeopleiding van de VUB profileert zich anders dan de andere universiteiten, onder andere met patiëntencontacten vanaf het eerste jaar. De tandheelkunde ook?

“Ook wij voorzien vanaf het eerste jaar al contacten met patiënten en tandartsen, via observatiemomenten in de kliniek. Ook in de rest van het curriculum pakken we de zaken net iets anders aan. Van de internationale instantie die de accreditatie uitreikte, hebben we daar trouwens een pluim voor gekregen – ze vonden ons curriculum een inspiratiebron voor andere opleidingen. Onze ambitie is om algemeen tandartsen af te leveren die een stevige medische achtergrond hebben, klinisch en technisch sterk in hun schoenen staan en met empathie naar de beste oplossing voor elke patiënt zoeken.” 

Maak dat eens concreet?

“Niet iedereen kan tienduizenden euro’s ophoesten voor een luxueus Hollywoodgebit. Als een opleiding consequent voor alle patiënten dezelfde dure oplossingen naar voor schuift, zijn we niet goed bezig. Dat past niet bij de waarden van de VUB. Bovendien is zo’n visie onrealistisch. Een betaalbaarder alternatief betekent niet automatisch slechte tandheelkunde, laat dat duidelijk wezen.”

Wat zijn nog troeven van de opleiding?

“Om onze diverse patiëntenpopulatie goed te bedienen, leren onze studenten niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Frans hun job uitoefenen. Daarnaast zijn we van plan om te werken met haptische simulatoren. Je kunt die vergelijken met de simulatoren waarin Formule 1-piloten als Max Verstappen nieuwe wagens en racecircuits uittesten. Het zijn trainingsapparaten waarmee de studenten tandheelkundige procedures inoefenen, in een virtuele omgeving maar met tastbare feedback. In zo’n haptische simulator kan je alle studenten dezelfde oefening voorschotelen en objectief nagaan wat ze goed en minder goed doen. Je kunt ook variëren door de intra-orale scans en röntgenbeelden van echte patiënten in te voeren. Het is echt een fantastisch hulpmiddel dat de realiteit heel dicht benadert.”

Johan Aps picture
Johan Aps
9 oktober 2024

Dr. Mohammed Ahmed is tandarts in het Universitair Tandheelkundig Centrum (UTC) op de Brussels Health Campus in Jette. Hij startte twee jaar geleden een onderzoek naar duurzaamheid in de tandheelkunde. Dit jaar won hij daarvoor een prijs op het gerenommeerde, internationale tandheelkundig congres FDI.  

“In de tandheelkunde wordt ongelooflijk veel plastic eenmalig gebruikt. Tandartsen zien minimaal 15 patiënten per dag en bij elke patiënt, zelfs voor een jaarlijkse controle, verdwijnt er zo’n 200 gram plastic in de vuilbak. Dat is zo’n 3 kilogram per dag aan handschoenen, mondmaskers en tandartsmaterialen. Bij behandelingen en ingrepen wordt er nog meer verbruikt. Volgens de statistieken van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekeringen (RIZIV) werden er vorig jaar 3 miljoen composietvullingen geplaatst (bestaande uit kunsthars, bindmiddel en anorganische vulstof als kwarts, glas en dergelijke) wat resulteerde in duizenden tonnen plastic afval uit de tandartsenpraktijken in de afvalcyclus.” 

“Waarom sorteren tandartsen zelf niet in de praktijk?” 

Het grote probleem daarbij is dat dit afval niet gerecycleerd wordt, omdat het allemaal beschouwd wordt als medisch afval dat afzonderlijk verbrand dient te worden. “Daarbij wordt heel veel energie verbruikt. Speciale filters zorgen voor de opvang van de schadelijke gassen. Die kosten handenvol geld en het schoonmaken van die filters is niet bepaald een duurzaam proces.” 


Geen PMD-zak in de praktijk 

Er vindt geen sortering van afval in een tandartsenpraktijk plaats omdat dit wettelijk niet is toegestaan. Een gemiste kans volgens Mohammed. “Tandartsen moeten zich bewust worden van de hoeveelheid afval die ze produceren. Dan is het belangrijk om te weten waar dat afval zoal vandaan komt. Bij een controle bijvoorbeeld, draagt de patiënt een bavet, de voorkant bestaat uit 10 gram papier, de achterkant uit 10 gram plastic. De flexibele topjes van de zuigers die het speeksel uit de mond halen, wegen gemiddeld 30 gram. Het heeft bovendien een metalen gedeelte binnenin. Bij het plaatsen van een vulling is adhesief materiaal nodig dat de vulling doet hechten aan de tand. Het wordt aangebracht met een plastic micro-applicator. Bij elke vulling worden er twee van gebruikt en die wegen samen 1 gram. Niet veel, zou je zeggen. Maar als je beseft dat er In België 6.700, in Europa 310.000 en in de wereld 1,2 miljoen tandartsen zijn, dan betekent dat er wereldwijd 1.500.000 kilo per jaar, alleen al aan dit ene piepklein instrumentje, in het medisch afval terechtkomt.”  

“We produceren in België bijna 1 miljoen kilo afval alleen maar om de tanden te poetsen. Dat is toch hallucinant?” 

“Alles daarvan wordt verbrand omdat het gecontamineerd is. Ik vraag me af of dat wel nodig is. Waarom sorteren tandartsen zelf niet in de praktijk? Als ik mijn handen bijvoorbeeld was en gebruik daarbij een tissue dan is dat eigenlijk niet gecontamineerd en zou het bij het gewoon afval kunnen. Hetzelfde voor een mondmasker dat bij een controle gebruikt wordt waarbij geen spatje bloed te zien is. Wanneer nieuwe materialen geleverd worden en je opent die in je kabinet dan moet dat plastic ook bij het medisch afval. Terwijl dat perfect bij het PMD-afval zou kunnen. We hebben dringend nood aan beleidmakers zoals het Ministerie van Volksgezondheid en het RIZIV die daarin een juiste aanbeveling kunnen doen.”  


Ecologische alternatieven 

“Tandheelkunde is een van de hoogste CO2-verbruikende sectoren ter wereld. We moeten daarom naar een volgende generatie materialen en instrumenten met een lagere ecologische impact. Als onderdeel van mijn onderzoek heb ik samen met enkele industriële partners een aantal prototypes gemaakt van micro-applicators in CO2-neutraal hout of bamboe en andere modellen in PLA (polymelkzuur) met een lagere ecologische voetafdruk. PLA is een plasticsoort dat afbreekbaar is. Mocht je het als medisch afval verbranden dan heb je daarvoor 13 keer minder energie nodig. We hebben al deze modellen laten patenteren onder de benaming DentPlanet. We ontwikkelden ook papieren fluoridelepels. Tot op heden zijn die vervaardigd uit schuimrubber en worden ze door tandartsen bij kinderen 15 minuten in de mond aangebracht om gaatjes te voorkomen. Voor de micro-applicators en de fluoridelepels ontvingen we inmiddels een CE-label, een bewijs dat het product beantwoordt aan de Europese vereisten rond veiligheid, gezondheid en bescherming van het leefmilieu.” 

Wie dacht dat het thuis zoveel beter is heeft het grondig mis. “Een gezin met twee kleine kinderen verbruikt per jaar 1,5 kg aan mondzorgproducten. Dat betekent voor België bijna 1 miljoen kilo afval alleen maar om de tanden te poetsen. Dat is toch hallucinant? Vorig jaar heb ik een voorstel ingediend voor de eerste herplantbare tandenborstel. Na gebruik steek je die houten borstel, waarin een gaatje zit met plaats voor meegeleverde zaadjes, in de grond. Daarmee verminderen we niet alleen de ecologische impact maar geven we ook een plantje terug aan de natuur en boek je dus ecologische winst.”  

Ecologische producten voor de tandarts zijn, net als bio-producten in een supermarkt, duurder dan de niet-ecologische. “Dat heeft te maken met de hogere fabricatiekosten. Geconventioneerde tandartsen mogen die meerprijs niet doorrekenen aan de klant. Dan moet ik hopen op de persoonlijke goodwill en het milieubewustzijn van de tandarts om ze toch aan te kopen. Uit ons onderzoek, hebben we ontdekt dat de bekendheid van ecologische tandheelkundige materialen vrijwel nihil is. Dit vormt de uitdaging waar ik mee te maken heb.” Mohammed geeft accreditatiecursussen voor tandartsen over de vermindering van tandheelkundig afval. Op donderdag 27 februari 2025 vindt het VUB UTC Symposium plaats met als onderwerp ‘Innovatie’. Hij geeft er de presentatie: ‘Onderzoek naar een ecologische workflow in de tandartsenpraktijken’. 

Dr. Mohammed Ahmed picture
Dr. Mohammed Ahmed
20 september 2024

Dr. Mohammed Ahmed, tandarts verbonden aan het Universitair Tandheelkundig Centrum (UTC) van de VUB, heeft de prestigieuze FDI Sustainability in Dentistry Award 2024 in ontvangst mogen nemen. Deze onderscheiding wordt toegekend door de FDI World Dental Federation en erkent individuen die zich hebben ingezet voor duurzaamheid binnen de tandheelkunde. De uitreiking vond plaats tijdens het FDI World Dental Congress op 13 september in Istanbul.

Dr. Ahmed werd erkend voor zijn werk in het integreren van ecologische praktijken in de tandheelkundige sector, met als doel zowel de patiëntenzorg als de milieu-impact te verbeteren. Hij richt zich op het ontwikkelen van duurzamere technieken en (bio-)materialen binnen de tandheelkunde, een groeiend aandachtsgebied in de medische wereld.

In een reactie op de prijs zegt dr. Ahmed:

"Deze erkenning is een bevestiging van mijn werk, dat nog volop in ontwikkeling is. We moeten allemaal ecologischer gaan denken, ook binnen de tandheelkunde. Ik ben blij dat de geesten binnen het UTC al gerijpt zijn, en ik mijn onderzoek en kennis hier kan verdiepen en toepassen." 

Dr. Ahmed combineert zijn werk als tandarts met academische activiteiten. Hij heeft meerdere patenten op zijn naam staan en is actief betrokken bij onderzoek naar duurzame tandheelkundige biomaterialen. Zijn toewijding aan zowel wetenschap als praktijk maakt hem een voorbeeld binnen de sector.

De FDI Sustainability in Dentistry Award benadrukt de groeiende noodzaak van milieuvriendelijke oplossingen in de gezondheidszorg, en het werk van dr. Ahmed is een belangrijk voorbeeld van hoe de tandheelkunde kan bijdragen aan een duurzamere toekomst.

Voor meer informatie over de FDI en de prijs, bezoek FDI Sustainability in Dentistry.

Prijs Mohammed Ahmed

Dr. Mohammed Ahmed picture
Dr. Mohammed Ahmed
14 maart 2024


“Een CPAP-toestel is niet de enige mogelijke oplossing voor slaapapneu”

Koppel met slaapapneu

 

Honderdduizenden Belgen lijden aan het obstructief slaapapneu-syndroom: door een afsluiting van de ademwegen snurken ze luid en valt hun ademhaling regelmatig stil. De aandoening is een aanslag op hun eigen gezondheid én op de nachtrust van hun bedpartner. In België wordt de overgrote meerderheid van de apneupatiënten behandeld met een neusmaskerapparaat dat 's nachts de luchtwegen open blaast. “Voor veel mensen is dat een goede therapie”, zegt VUB-prof. dr. dent. Miche De Meyer. “Maar velen zouden beter geholpen zijn met een mondbeugel. Die oplossing krijgt jammer genoeg nog veel kritiek."

 

“Hij heeft vannacht weer een heel bos omgezaagd.” Bedpartners van snurkers maken er al eens een grapje over, maar de donkere oogwallen en de diepe zucht vertellen het echte verhaal: onderbroken nachten en slaapgebrek zijn geen lacheding. Snurkers zelf zijn vaak beschaamd of nemen hun klachten niet ernstig. Zo blijven ze er jarenlang mee zitten, terwijl hun gezondheid eronder lijdt.

“1,5 miljard mensen vallen in de categorie medische snurkers”

Schamele troost: je bent niet alleen. Snurken is een wereldwijde pandemie, stelt prof. dr. dent. Miche De Meyer (Universitair Tandheelkundig Centrum VUB). Zij wijdde haar doctoraat aan het fenomeen en wordt sindsdien ook wel eens de snurkprofessor genoemd.

Miche De Meyer: “Covid-19 was erg, maar klein bier in vergelijking met slaapaandoeningen. Van de acht miljard mensen in de wereld lijden er 2,8 miljard aan slapeloosheid en een miljard aan tandenknarsen. Het ergst is het gesteld met de slaapademhalingsrelateerde stoornissen, zoals snurken en obstructief slaapapneu-syndroom. Meer dan vier miljard mensen tussen dertig en vijfenzestig jaar snurken en stoppen daarbij minder dan vijf keer per uur met ademen. Die noemen we niet-medische snurkers. Anderhalf miljard mensen valt in de categorie medische snurkers: hun ademhaling valt meer dan vijf keer per uur stil. Zo’n apneu kan soms een volle minuut duren. Een miljard mensen 'doen' vijf à tien apneus per uur. Een half miljard zit boven de vijftien apneus. Die laatste categorie willen we zeker behandelen, wegens de medische risico’s.”

Miche De Meyer met patiënt

prof. dr. dent. Miche De Meyer © Thierry Geenen

Wat zijn die dan?
“Veel apneupatiënten hebben overdag last van extreme vermoeidheid en concentratiestoornissen. Het verstoorde slaappatroon kan ook je hormoonhuishouding in de war schoppen, met een mogelijk impact op je eetpatroon. Zo kan apneu overgewicht veroorzaken. De kans op diabetes type 2 neemt ook toe, net als de kans op hart- en vaatziekten. Mensen met apneu hebben vaak een verhoogde bloeddruk en ze lopen een groter risico op hart- en herseninfarcten.”

Wanneer moet je een dokter raadplegen?
“Luister naar je partner, want zelf besef je het meestal niet. Een paar weken lang acuut snurken is niet erg. De oorzaak is dan meestal een verkoudheid of een tijdelijke allergie, Als het maandenlang aansleept en elke nacht gebeurt, moet je ingrijpen. Zeker als het gesnurk gecombineerd wordt met ademstopjes en vermoeidheid en concentratiestoornissen overdag.”

“Mannen snurken vaker dan vrouwen, omdat ze minder oestrogeen aanmaken”

Wat is eigenlijk de oorzaak van die apneus?
“Tijdens de slaap wordt de ademhalingsweg afgesloten, bijvoorbeeld omdat de tong naar achter valt of doordat het zachte weefsel in de keelholte wat uitzakt. Daarom is zwaarlijvigheid een risicofactor: hoe meer vetweefsel, hoe groter de kans op een obstructie in de keel. Ook alcohol en slaap- en kalmeermedicatie veroorzaken gesnurk en apneus, omdat ze de spierspanning in de keel verminderen. Roken irriteert dan weer de luchtwegen, waardoor die wat kunnen opzetten.”

Snurken mannen echt meer dan vrouwen?
“Ja. Dat komt onder andere omdat mannen minder oestrogeen aanmaken dan vrouwen. Dat hormoon houdt het keelweefsel strakker. Daardoor maken vrouwen wel een inhaalbeweging vanaf de menopauze. Doordat ze minder oestrogeen aanmaken, neemt hun spiermassa af en hun lichaamsvet toe, ook in de keel.”

Slapende man met CPAP-toestel

© Shutterstock

Ook mensen zonder overgewicht lijden soms aan het obstructief slaapapneu-syndroom.
“De obstructie kan dan veroorzaakt worden door een anatomisch probleem. Vaak is dat genetisch bepaald. De stand tussen de onder- en de bovenkaak kan bijvoorbeeld een rol spelen, of de vorm van het gehemelte of de huig. Als zo’n probleem bij kinderen opgemerkt wordt door de tandarts, kan de orthodontist dat op jonge leeftijd aanpakken.”

Een groot deel van de wereldbevolking snurkt en doet apneus. Scheelt er soms iets aan onze anatomie?
“Daar zou een evolutionaire verklaring voor zijn. Bij onze verre voorouders was de skeletale mondstructuur groter en breder, met meer plaats voor de tong en de huig. Die structuur is in de loop der tijden gaan krimpen, omdat de hersenen en ons stemapparaat meer plaats gingen innemen. Bovendien zijn we ook rechtop gaan lopen, waardoor de bovenste luchtwegen langer en gevoeliger voor dichtklappen werden. We zijn slim, we kunnen praten en we lopen rechtop, maar we betalen er blijkbaar een prijs voor: snurken en apneus.”

Helpt vermageren tegen snurken en apneus?
“Alleen als overgewicht de enige oorzaak is. Meestal zijn er meerdere factoren.”

“In België gebruikt twee procent van de apneupatiënten een mondbeugel, in Nederland is dat veertig procent”

Welke therapieën bestaan er?
“We hebben verschillende technieken om de luchtwegen open te zetten en zo het gesnurk en het aantal ademstilstanden terug te dringen. De meest gebruikte is CPAP. Dat staat voor Continuous Positive Airway Pressure. Een CPAP-toestel blaast via een slang en een gezichtsmasker onder verhoogde druk omgevingslucht doorheen de bovenste luchtwegen. Een mogelijk alternatief is MRA, kort voor Mandibulair repositieapparaat. Dat is een mondbeugel op maat van de patiënt. Het apparaatje duwt de onderkaak wat naar voor, waardoor de keelholte ’s nachts open blijft.”

Welke techniek wordt het vaakst gebruikt?
“In België krijgt 98 procent van de apneupatiënten een CPAP-toestel mee naar huis en twee procent een MRA-tandbeugel. In Nederland is die verhouding zestig procent CPAP versus veertig procent mondbeugel.”

Vanwaar dat grote verschil?
“Dat is historisch zo gegroeid. CPAP, dat door longartsen wordt voorgeschreven, was de eerste oplossing die we hadden voor apneupatiënten. MRA kwam langzamerhand op als mogelijk alternatief, maar CPAP is in België de standaard gebleven. Een mondbeugel wordt door tandartsen aangemeten, maar door het tandartsentekort hebben die al veel ander werk. Het heeft ook even geduurd voor de nodige wetenschappelijke onderbouw er was. Die staat inmiddels wel op punt.”

“Elke patiënt is anders en verdient een therapie op maat”

Waarom zou je kiezen voor een mondbeugel?
“CPAP wordt niet door iedereen goed verdragen. Door de constante luchtstroom kunnen je neusslijmvliezen uitdrogen en kan je last krijgen van een verstopte neus of korstvorming. De therapietrouw valt daardoor soms tegen. Mensen zien ertegenop om het toestel te gebruiken. Of ze trekken het masker midden in de nacht af, vaak zonder het te beseffen. Een mondbeugel kan ook bijwerkingen hebben, zoals stijfheid of pijn in het gebit of de kaak. Je hebt er ook een verzorgd gebit voor nodig. Maar veel mensen verdragen zo’n mondbeugel wel goed, en de therapietrouw is over het algemeen beter. Bij ernstige slaapapneu – meer dan vijftien apneus per uur – wordt MRA trouwens op dezelfde manier terugbetaald als CPAP.”

Wat nu?
“Momenteel kiezen we in België bijna automatisch voor CPAP, terwijl MRA soms een betere oplossing is. De keuze tussen die twee zouden we moeten maken op basis van een degelijk, multidisciplinair vooronderzoek: niet alleen een klassiek slaaponderzoek, maar ook beeldvorming van de mond- en hals-anatomie. Daarna kunnen longarts, NKO-arts, MKA-arts en tandarts samen beslissen over de beste oplossing. Elke patiënt is anders en verdient een therapie op maat.”

Bio

Prof. dr. dent. Miche De Meyer studeerde in 1982 af als tandarts. Ze bekwaamde zich in binnen- en buitenland in de geneeskundig georiënteerde aspecten van de tandheelkunde, zoals het obstructief slaapapneu-syndroom (OSAS), temporomandibulaire dysfuncties (TMD), pijn en bewegingsstoornissen. In 2021 behaalde ze aan de VUB haar doctoraat Fundamentals of Snoring, Patho-Physiology, Diagnosis and Treatment. Ze is klinisch verbonden aan het AZ Jan Palfijn in Gent en academisch aan het Universitair Tandheelkundig Centrum van de VUB.

Miche De Meyer

Dr. Beatrijs Deruyter picture
Dr. Beatrijs Deruyter
September 2023


VUB OPENT NIEUW FANTOOMLAB

Het Universitair Tandheelkundig Centrum van de Vrije Universiteit Brussel (UTC VUB) heeft net voor de zomervakantie haar nieuwe fantoomlab voorgesteld. Christian De Pauw.

Vooral in de Brusselse regio is er een groeiende nood aan tandheelkundige opleidingsfaciliteiten en goed uitgeruste praktijkruimten. Het oude fantoomlab van het UTCVUB moest echter gerenoveerd worden om tegemoet te komen aan de noden van een hedendaagse tandheelkundige opleidingsfaciliteit voor postacademische vormingen. In mei 2022 werd het concept voor het nieuwe fantoomlab goedgekeurd. In februari 2023 werden de eigenlijke werken gestart en na 3 maanden volgde de officiële opening op 8 juni.

Het was een fiere decaan, professor Dirk Devroey, die de opening mocht inleiden. Een nieuw trainingscentrum in Brussel dat de opleiding en specialisatie voor tandartsen in de regio Brussel nieuw leven moet inblazen. Gezien de grote kost om een volledig nieuw tandheelkundig vaar-digheidscentrum op te richten werd geopteerd om het bestaande fantoomlab te renoveren. Dit lab moet dienst-doen als cursusruimte voor opleiding en postacademische vorming waarbij nauw samengewerkt wordt met UGent alsook voor sommige specialismen met KU Leuven.


      

 

De VUB hoopt door deze uitbreiding ook het aanbod aan zorg voor de Brusselse bevolking te kunnen vergroten gezien de grote nood aan tandartsen en behandelcapaciteit.

Na de inleiding mocht Inge Cornillie (algemeen manager UTC) het nieuwe concept nog wat dieper toelichten.

De accenten liggen op postacademische vorming, livestreaming en simulatietraining. Ook kregen we een verloop van hoe het oude lab omgetoverd werd tot een ultramodern trainingscentrum waar zowel de technische

diensten alsook de beleidsmensen voor de nodige centen en verbouwingen zorgden, in een periode waar bezui-nigen een sleutelwoord geworden is. Ze mocht dan ook terecht zeggen dat het lab uit zijn ‘as’ herrezen
is en nu voldoet aan de moderne opleidingseisen.

Vervolgens mochten de verschillende diensten zich voor-stellen. Professor Karlien Asscherickx (orthodontie) mocht als eerste de spits afbijten. Ze verduidelijkte dat niet enkel het gewone werk om een orthodontische
behandeling tot een goed resultaat te brengen hier belangrijk is maar dat er voor de moeilijkere gevallen een samenwerking is met de afdeling MKA en ook met de oro-myofunctionele therapie. Verder biedt haar dienst
de mogelijkheid om te specialiseren in de orthodontie door samenwerking met de andere Vlaamse universiteiten. 

Iris Wyn mocht vervolgens de parodontologie voorstellen met een overzicht van alle mogelijkheden en werkings-mechanismen. Dit van de gewone paro-behandelingen tot paro-chirurgie en uitgebreide planning in
samenwerking met de andere diensten.

En als laatste stelde Els Van den Steen de kindertandheel-kunde voor. In een stad met 45 geboortes per dag is er zeker nood aan kindertandheelkunde. Zowel de preventie, het curatieve als grote aandacht voor angstige kinderen
met de behandelnoden komen aan bod. Maar naast kinderen is er ook aandacht voor personen met bijzondere noden. Voor sedatie en narcodontie is er nauwe samen-werking met UZ Brussel zodat alle zorgen vlot aangeboden
kunnen worden.

Na deze voorstelling werden de aanwezigen uitgenodigd voor de wetenschappelijke lezing over de ‘toekomst in de endodontie’. Op een vlotte en toch luchtige wijze gidste collega Mathieu Vandendael ons door de kanalen,
prepa-ratietechnieken, vullingsmaterialen en ook de moeilijke en complexe gevallen. De hedendaagse technologie zoals roterende instrumenten en alle vormen van RX en Cone-Beam CT bewijzen hun nut in de moderne endodontische rehabilitatie.